Ouders als partners

Onze school ziet ouders als een belangrijke partner voor het bereiken van de beste resultaten voor onze kinderen. Wij vinden het belangrijk om, daar waar mogelijk, samen met u ons onderwijs en onze zorg voor uw kind zo goed mogelijk vorm te geven. Thuis en school zijn de belangrijkste leefmilieus van een kind. Als ouder doet u van jongs af aan dagelijks ervaringen op met uw kind. U weet dus veel over het karakter, de ontwikkeling en de beste aanpak van uw kind. Leerkrachten maken uw kind ook een groot deel van de dag mee en zien van uw kind vooral de ontwikkelingen in het leren en het gedrag in de groep. Wij vinden het belangrijk om deze ervaringen met elkaar uit te wisselen. Daarmee kunnen we gezamenlijk de ontwikkeling van uw kind zo goed mogelijk stimuleren en begeleiden.

 

Zorg voor jeugd

Als school zijn wij aangesloten op het signaleringssysteem Zorg voor Jeugd. Zorg voor Jeugd is bedoeld om problemen bij kinderen en jongeren in de leeftijd van 0 – 23 jaar in een vroegtijdig stadium te signaleren en vervolgens de coördinatie van zorg te organiseren. Op deze manier moeten risico’s met kinderen en jongeren worden voorkomen en kan in het belang van de jeugdige en zijn ouders/verzorgers hulp beter op elkaar worden afgestemd.

Het signaleringssysteem Zorg voor Jeugd is beschikbaar gesteld door de gemeente. De gemeente heeft vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) namelijk de taak om problemen bij jeugdigen te signaleren en coördinatie van zorg te organiseren.

Binnen onze organisatie kan er namens het Zorgteam van onze school een zorgsignaal gegeven worden in Zorg voor Jeugd. Zo’n signaal geven zij alleen af, nadat zij de jeugdige en/of zijn ouders/verzorgers hierover hebben geïnformeerd. Bij het afgeven van een signaal wordt geen inhoudelijke informatie geregistreerd. In het systeem komt alleen te staan dat er zorgen zijn over een jeugdige. Als er twee of meer signalen in het systeem staan over dezelfde jeugdige, dan wordt automatisch een ketencoördinator aangewezen. Deze ketencoördinator is een professional van een hulpverleningsorganisatie. Hij/zij inventariseert wat er aan de hand is met de jeugdige en of het nodig is om in overleg met betrokken partijen een hulpverleningsplan op te stellen. Op www.zorgvoorjeugd.nu vindt u meer informatie over Zorg voor Jeugd.

Naar boven

 

Leerlingvolgsysteem

leerlingvolgsysteem

Wat doen we voor alle kinderen?

Vanaf het moment dat uw kind op onze school komt volgen wij de ontwikkeling nauwkeurig totdat uw kind de school verlaat. Voor alle kinderen en in alle leerjaren werken we met een uitgebreid systeem van observeren en toetsen,  het leerlingvolgsysteem.

Een kleuter wordt de hele dag door goed in de gaten gehouden door de leerkracht. Dit ‘observeren’ gebeurt bij alle activiteiten. Soms gaat een leerkracht individueel met een kind aan het werk om het nog beter te leren kennen. Ook maken de kleuters al enkele toetsen van ons leerlingvolgsysteem en schrijven de leerkrachten opvallende dingen in het kleutergedrag op in een kinderdagboek.
De sociaal-emotionele ontwikkeling en leervoorwaarden kunnen we zo duidelijk registreren.

In alle groepen worden de leervorderingen gemeten door het afnemen van toetsen die bij de methoden horen, en/of toetsen die ontwikkeld zijn door het CITO (Centraal Instituut voor Toets Ontwikkeling).
Bij de kleuters zijn dat de toetsen “Rekenen/wiskunde voor kleuters” en 'Taal voor kleuters'; vanaf groep 3 toetsen die gericht zijn op taal, lezen en rekenen. De vorderingen van de kinderen ten opzichte van eerdere prestaties komen bij de  CITO- toetsen duidelijk naar voren.
De sociaal-emotionele ontwikkeling wordt geobserveerd door de leerkracht en geregistreerd in een sociaal-emotioneel leerlingvolgsysteem. We gebruiken hiervoor een sociale competentie observatie lijst (SCOL). Vanaf groep 6 vullen de kinderen zelf ook een vragenlijst in op de computer. Drie keer per jaar ontvangt uw kind een rapport. Hierin beschrijft de leerkracht de ontwikkeling van uw kind op onderwijskundig (taal, rekenen, lezen), en sociaal-emotioneel gebied. De leerkracht nodigt u dan ook uit om langs te komen voor een 10-minutengesprek. In dit gesprek kunt u vragen stellen over het rapport en horen onze leerkrachten ook graag hoe u aankijkt tegen de ontwikkeling van uw kind en welke ervaringen u thuis heeft. Mocht u of de leerkracht behoefte hebben om tussentijds een afspraak te maken, dan is dat altijd mogelijk.

Naar boven

 

GGD

Jeugdgezondheidszorg: een gezonde keuze voor alle leerlingen.
Onze school werkt samen met de GGD Brabant-Zuidoost. Het team Jeugdgezondheidszorgvan de GGD  bestaat uit een jeugdarts, jeugdverpleegkundige, assistente, psycholoog en preventiemedewerker.
Wat kan dit team voor u en uw zoon of dochter betekenen in de periode dat hij of zij op de basisschool zit?


Contactmomenten.
Iedere ouder, verzorger of begeleider heeft wel eens vragen over de gezondheid of ontwikkeling van zijn of haar kind. Denk bijvoorbeeld aan groei- of gehoorproblemen, slaap- en eetproblemen, moeilijk gedrag of vragen over de opvoeding. Alle ouders, leerlingen, maar ook de school kunnen met dit soort vragen altijd terecht bij medewerkers van de Jeugdgezondheidszorg. Als de leerkracht of intern begeleider een gesprek of onderzoek aanvraagt, is wel de toestemming van de ouders nodig. Afhankelijk van de vraag of het probleem, bekijkt het team of verder advies of onderzoek nodig is en door wie.

Inentingen.
In het kalenderjaar dat uw kind 9 jaar wordt, krijgt het de laatste twee inentingen tegen DTP (difterie, tetanus, polio) en BMR (bof, mazelen en rodehond). U krijgt hiervoor een uitnodiging van de GGD. 12-Jarige meisjes krijgen een oproep voor de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker (HPV).

Een gezonde school.
De GGD ondersteunt de school bij het realiseren van een veilig, gezond en hygiënisch schoolklimaat. Bijvoorbeeld bij het voorkomen en bestrijden van hoofdluis, het uitvoeren van projecten over een gezonde leefstijl of het meten van en adviseren over een gezond binnenmilieu.

Vragen, informatie en contact.
Hebt u vragen aan de jeugdverpleegkundige of jeugdarts, neem dan gerust contact met ons op:

 GGD Brabant-Zuidoost
Postbus 810
5700 AV Helmond 
Telefoonnummer: 088 0031 422
E-mail: telefonistes.jgz@ggdbzo.nl
Website: www.ggdbzo.nl

Naar boven

 

Extra begeleiding

Wat doen we als er extra ondersteuning nodig is?

Soms maakt de leerkracht of u als ouder zich zorgen over de ontwikkeling van uw kind. Dan blijkt bijvoorbeeld dat uw kind ergens moeite mee heeft. Dat kan zijn met rekenen of taal, met concentratie, maar ook met samen spelen of samenwerken. Op school noemen wij deze kinderen zorgleerlingen, omdat zij extra zorg nodig hebben.
De leerkracht overlegt dan met u en meestal ook met de intern begeleider over welke hulp gewenst is. Samen met u worden dan stappen ondernomen om uw kind die hulp of extra aandacht te bieden die het nodig heeft. Dan wordt er een handelingsplan gemaakt waarin staat op welke manier deze ondersteuning zal plaatsvinden. De ondersteuning kan worden uitgevoerd  in de klas door de groepsleerkracht of buiten de groep door de remedial teacher. Dit handelingsplan en de resultaten ervan worden met u besproken.
Van iedere zorgleerling wordt een leerlingdossier bijgehouden. Daarin worden de gegevens opgenomen over het gezin, de resultaten van de besprekingen,  speciale onderzoeken, handelingsplannen en de toets- en rapportgegevens van de verschillende jaren. De dossiers die zeer vertrouwelijk behandeld worden, worden beheerd door de interne begeleider.

Naar boven

 

Samenwerkingsvormen

Onze school is geen eiland; op allerlei manieren staan we met de buitenwereld in contact. Als voorbeeld noemen we de GGD, de schoolbegeleidingsdienst OCGH,  Pedagogische Hogeschool De Kempel, veel Helmondse scholen en een aantal gemeentelijke en maatschappelijke instellingen. Op al deze manieren willen we in ons eigen belang maar ook in het belang van opvoeding en ontwikkeling van de kinderen openstaan voor wat er zich buiten school afspeelt.

 

Enkele voorbeelden:

WSNS
Weer Samen Naar School

Samen met alle basisscholen in het samenwerkingsverband werken we aan de toekomst van ons onderwijs, waarin steeds minder kinderen met ernstige leer- en/ of ontwikkelingsproblemen verwezen moeten worden naar Speciale Basisscholen. We proberen dit te bereiken door onze eigen kennis en kunde op dit terrein te vergroten en door onze schoolorganisatie zodanig te verbeteren dat we steeds beter in staat zijn om ieder kind de juiste hulp te bieden binnen onze eigen school: passend onderwijs.

OKÉ-SCHOOL
Onderwijsachterstandenbeleid

In de wijk waar basisschool De Goede Herder is gevestigd, wonen ook kinderen met diverse vormen van achterstand. De school krijgt van rijkswege extra middelen die ingezet worden om (met behulp van instanties zoals maatschappelijk werk, gezinsondersteuning en onderwijsbegeleiding) deze kinderen te stimuleren en/of extra aandacht te geven. Het beleid richt zich in veel gevallen ook op de gezinnen. Ouders worden uitdrukkelijker geïnformeerd over en betrokken bij de activiteiten waarmee wij op de school individuele kinderen of groepen ondersteunen. In de afgelopen jaren was ons achterstandenbeleid heel erg succesvol, zodat we het label OnderwijsKansen school (oké-school) behaalden.

VVE
Voor-en vroegschoolse educatie

In het schooljaar 2005-2006 is gestart met de vroegschoolse aanpak van achterstanden bij kleuters in groep 1 en 2. Het programma dat gebruikt wordt heet Startblokken. 
Kleuters krijgen meer aandacht door middel van kleine kring, groepswerk en/of individuele begeleiding. De samenwerking met de peuterspeelzaal wordt hechter en ook daar zal al intensiever gewerkt gaan worden met het aanpakken van ontwikkelingsachterstanden bij kinderen. Zo ontstaat er een doorlopend aanbod voor 2- tot 5 jarige kinderen in onze wijk.

PANTA RHEI
Federatie Panta Rhei

Kleine organisaties zijn tegenwoordig kwetsbaar als er geen maatregelen getroffen worden tegen bepaalde (vooral financiële) risico’s. Onze stichting maakt daarom deel uit van de Federatie Panta Rhei, een samenwerkingsverband tussen de Goede Herder en de Silvester-Bernadette. Hiermee willen we bereiken dat we samen sterk zijn en als zelfstandige school toch ons eigen beleid kunnen bepalen.

Naar boven

 

Extra hulp, rugzakje, verwijzing

Extra hulp.
Soms heeft de school zelf niet voldoende mogelijkheden om de situatie van uw kind echt te verbeteren. De school kan dan, na overleg met u, externe hulp inschakelen. Wanneer extra onderzoek naar de onderwijskundige of sociaal-emotionele ontwikkeling gedaan moet worden, kan een deskundige van OCGH-Advies (onderwijsbegeleidingsdienst) dit onderzoek uitvoeren. Ook kan schoolmaatschappelijk werk of de verpleegkundige van de GGD ingeschakeld worden voor hulp (zie hieronder voor meer informatie).

ZAT zorgadviesteam.
In het geval dat niet duidelijk is met welke hulp of ondersteuning uw kind het beste geholpen kan zijn, wordt het zorgteam ingeschakeld.  Deze deskundigen kunnen met hun specifieke kennis een bredere kijk geven op de ontwikkeling van uw kind en op wat er nodig is aan hulp of ondersteuning. Het zorgteam op school bestaat uit de intern begeleiders, de jeugdverpleegkundige van de GGD, de schoolarts van de GGD,  de schoolmaatschappelijk werkster, de schoolbegeleider van OCGH-Advies, de medewerkster van het zorgloket, en de directeur. Zij kunnen die hulp soms zelf bieden of zij kunnen u en uw kind begeleiden naar andere hulp.
Het kan zijn dat deze hulp of ondersteuning niet voldoende verbetering brengt in de situatie van uw kind. De school kan dan samen met u besluiten uw kind aan te melden bij het Zorg-en adviesteam, het ZAT. In het ZAT werken verschillende deskundigen samen. Het team bestaat uit een jeugdarts, een (school)maatschappelijk werker, een orthopedagoog of psycholoog, een medewerker van bureau jeugdzorg en van het speciaal onderwijs. Het ZAT kan u en de school adviseren over mogelijke oplossingen en de beste hulp voor uw kind. Soms kan het ZAT die hulp zelf bieden of u en uw kind begeleiden naar andere hulp. Daarnaast heeft het ZAT ook de mogelijkheid om aanvullend onderzoek uit te voeren. En het ZAT kan u en de school begeleiden bij het aanvragen van een indicatie voor specialistische hulp. Als de school het ZAT om advies vraagt, doen wij dit in overleg met u en nadat u daarvoor toestemming heeft gegeven.Alle informatie die aan het ZAT gegeven en daar besproken wordt, blijft vertrouwelijk. Mocht u geïnteresseerd zijn in meer informatie over het ZAT, dan kunt u een informatiefolder vragen aan onze intern begeleiders.

Rugzakje.
Afhankelijk van de resultaten van een onderzoek wordt vervolgens besloten over verdergaande hulp of zorgverlening aan uw kind.
De diagnose van een handicap of stoornis geeft aan welke extra zorg voor een kind nodig is.
Ouders kunnen sinds 1 augustus 2003 een beroep doen op “De Wet op de Leerlinggebonden Financiering”. In de wandelgangen wordt deze wet “het rugzakje” genoemd. Aan een leerling worden extra middelen toegekend om hem of haar goed onderwijs te kunnen geven. Indien het mogelijk is op de reguliere basisschool, maar ouders kunnen ook kiezen voor het speciaal onderwijs.
Juffrouw Suzanne Dankers begeleidt als ondersteuner van de leerkracht op onze school de rugzakleerlingen.

Verwijzing naar een speciale basisschool.
Wanneer onze school niet meer kan voldoen aan de onderwijsbehoeften van uw kind, kan de school dan samen met u besluiten uw kind aan te melden bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) van het Samenwerkingsverband Weer Samen Naar School. Deze commissie geeft een verklaring van toelaatbaarheid tot het speciaal basisonderwijs af. De ouders kunnen hun kind na ontvangst van deze verklaring aanmelden bij een school voor speciaal basisonderwijs. Onze school heeft hierin een adviserende rol en richt zich hierbij naar de beslissing van de ouders/verzorgers.
In ons onderwijszorg beleidsplan, dat op school ter inzage ligt, gaan wij uitvoerig in op de zorg voor onze leerlingen. Daarin is ook een hoofdstuk gewijd aan het onderwijszorgprofiel van onze school.  In ons onderwijs zorgprofiel brengen we de kenmerken van ons onderwijszorgaanbod in kaart.

Een beknopte samenvatting.
In alle groepen wordt gewerkt met groepsplannen waarbij er gedifferentieerd wordt op twee of drie niveaus. Om tegemoet te komen aan verschillen tussen kinderen worden werkvormen als zelfstandig werken en coöperatief leren veelvuldig ingezet. Kinderen kunnen hulp krijgen van een remedial teacher, onderwijsassistenten (2 uur per week in alle groepen), een leraarondersteuner of schoolmaatschappelijk werker.
Er zijn ook kinderen die werken met een ontwikkelingsperspectief en dus een geheel of gedeeltelijk eigen leerlijn volgen. De school en dus de leerkrachten krijgen hierbij een halve dag per week externe ondersteuning.
Onze school is te karakteriseren als een smalle zorgschool. We kunnen kinderen met dyslexie binnen de school voldoende begeleiden. Ook kinderen met ASS (autisme spectrum stoornis) en ADHD (attention deficit hyperactivity disorder) mits het om een enkelvoudige problematiek gaat en kinderen met een lagere intelligentie (80-90), mits ze geen sociaal-emotionele problemen vertonen, kunnen binnen onze school geholpen worden.
Op school hebben alle leerkrachten kennis van en competenties op het gebied van dyslexie. Daarnaast zijn enkele leerkrachten zich aan het specialiseren op gedragsproblemen binnen de klas.
Op een aantal andere specifieke gebieden kan de school snel een expert raadplegen.
De verwijzingen naar het sbo zijn in aantal lager dan het landelijk gemiddelde. Er zijn in de afgelopen 4 jaar 4 kinderen naar het speciaal onderwijs verwezen en 12 naar speciale basisscholen. Er zijn 5 leerlingen met een leerlinggebonden financiering.
Inmiddels is er een heel netwerk van personen en instanties waar de school mee samenwerkt of een beroep op kan doen.
Onze resultaten op de cito-eindtoets zijn gemiddeld t.o.v. scholen met een vergelijkbare  leerlingenpopulatie. De ambitie is om het niveau van leren naar bovengemiddeld te brengen.

Naar boven

 

Taalwerkplaats

Dankzij een extra subsidie van de gemeente Helmond kunnen we ook dit jaar weer extra kansen bieden aan kinderen waarvan we weten dat ze een taalontwikkelingsachterstand hebben. In ons geval betreft het 10 tot 15 kleuters die bijna elke dag naar een aparte klas gaan. Hier biedt de taalklasjuf taalintensieve activiteiten aan waardoor de kinderen extra geprikkeld worden om hun taalvaardigheid en taalbezit te ontwikkelen

Onze “taalwerkplaats” is ondergebracht in de kleine klas bij de groepen 3.Op dinsdag, woensdag, en donderdag van 8.30 uur – 10.30 uur en dinsdagmiddag van 13.15 uur – 15.15 uur krijgen deze kinderen van juffrouw Marleen extra taalonderwijs. Het is gebleken dat hun taalontwikkeling heel goed vooruit gaat in dat jaar. Buiten deze tijden horen de kinderen gewoon bij hun eigen kleutergroep.

Naar boven

 

Schoolmaatschappelijk werk

Uw kind en het schoolmaatschappelijk werk.
Op vierjarige leeftijd gaat een kind naar de basisschool. Het begin van een belangrijke periode in zijn of haar leven. Hij of zij gaat de wereld om zich heen verkennen en groeit op van kleuter naar puber. Zoals we allemaal weten verloopt dat niet altijd vlekkeloos. Soms is op school of thuis aan het gedrag van het kind te zien dat het niet goed met hem/haar gaat. Soms is op andere manieren te zien dat hem of haar iets dwars zit.
Om deze reden is er op school naast aandacht voor het leren rekenen, schrijven en andere vakken, ook aandacht voor de psychische, emotionele en sociale ontwikkeling van uw kind. Immers, een kind dat zich lekker voelt kan veel beter leren dan een kind dat problemen heeft.
Wanneer u zich als ouder/verzorger zorgen maakt over uw kind kunt u daar altijd over praten met de leerkracht. U kent immers uw kind het beste en meestal komt u er samen wel uit.
Wanneer er echter bij u of de school zorgen blijven bestaan, kan een beroep gedaan worden op de schoolmaatschappelijk werker/ster.

Wanneer kan ik het schoolmaatschappelijk werk inschakelen?
Uw kind gaat naar school om te leren. Dat gaat meestal goed. De leerkrachten doen hun werk prima. Maar er is natuurlijk meer dan school alleen. Uw kind speelt op straat, het leeft in een gezin en heeft familie, vriendjes en vriendinnetjes. Overal waar uw kind is pikt het dingen op. Dingen die invloed hebben op zijn gedrag. Soms leert hij/zij van deze dingen, maar soms is de invloed minder goed. Dat kan een negatief effect hebben op zijn schoolprestaties.
Leerkrachten merken het snel als er iets verandert bij uw kind. En dat is maar goed ook. Want hoe sneller ze het merken, des te sneller kunnen ze daarop reageren. Niet bij alle veranderingen kan de school zelf de oplossing bedenken. Uw school kan dan de schoolmaatschappelijk werker vragen om te helpen.  

Wat doet schoolmaatschappelijk werk?
Een schoolmaatschappelijk werker krijgt een seintje van school dat er iets aan de hand is. Wat precies, is bij iedereen weer anders. De schoolmaatschappelijk werker wil uw kind graag helpen en een gesprek met u is daarin de eerste stap.
Samen met de schoolmaatschappelijk werker praat u over uw kind. Wie en wat heeft invloed op uw kind? Is er iets bijzonders aan de hand? Kan er een oplossing bedacht worden? De schoolmaatschappelijk werker denkt met u mee. Soms moeten er andere instanties een steentje bijdragen aan de oplossing. De schoolmaatschappelijk werker weet precies welke hulp het beste werkt en legt als dat nodig is de contacten met andere organisaties. Als de schoolmaatschappelijk werker met andere partijen wil overleggen gebeurt dit allen met uw toestemming.
Met deze hulp kunt u zorgen dat het goed komt met uw kind en dat hij/zij het weer goed gaat doen op school.
Het gesprek aangaan met een schoolmaatschappelijk werker helpt om problemen op te lossen.

Hoe komt u met het schoolmaatschappelijk werk in contact?
Op basisschool De Goede Herder wordt het schoolmaatschappelijk werk verzorgd door mevrouw Monique Engelen. U kunt via de leerkracht van uw kind of de interne begeleiders (mevr.Rianne van Baalen mevr. Wencke van de Westerlo) een afspraak maken om langs te komen.

Naar boven

 

Pestprotocol

Waarom een pestprotocol?
Basisschool De Goede Herder wil haar kinderen een veilig pedagogisch klimaat bieden, waarin zij zich harmonieus en op een prettige en positieve wijze kunnen ontwikkelen.
De leerkrachten bevorderen deze ontwikkeling door het scheppen van een veilig klimaat in een prettige werksfeer in de klas en op het schoolplein. In veruit de meeste gevallen lukt dit door de ongeschreven regels aan te bieden deze te onderhouden, maar soms is het gewenst om duidelijke afspraken met de kinderen te maken. Een van die duidelijke regels is dat kinderen met respect met elkaar dienen om te gaan. Dat het niet altijd als vanzelfsprekend wordt ervaren, geeft aan dat we het kinderen moeten leren en daar dus energie in moeten steken.
Ons pedagogisch uitgangspunt is dat alle kinderen met elkaar moeten leren omgaan.
Dat leerproces verloopt meestal vanzelf goed, maar het kan ook voorkomen dat een kind in een enkel geval systematisch door andere kinderen wordt gepest. Dan kan een kind zodanig in de knoop komen met zijn schoolomgeving, dat de ongeschreven regels van de leerkracht niet meer voldoende de veiligheid bieden en daarmee de gewenste ontwikkeling onderbreken. In een dergelijk geval is het van groot belang dat de leerkracht onder ogen ziet, dat er een ernstig probleem in zijn of haar groep is. In een klimaat waarin het pesten gedoogd wordt, worden ook de pedagogische structuur en de veiligheid daarin ernstig aangetast. Voor basisschool De Goede Herder is dat een niet te accepteren en ongewenste situatie. Dit protocol is een vastgelegde wijze waarop we het pestgedrag van kinderen in voorkomende gevallen benaderen. Het biedt alle betrokkenen duidelijkheid over de impact, ernst en ook specifieke aanpak van dit ongewenste gedrag.

Plagen en pesten, wat is daar het verschil tussen?
Iemand op het schoolplein een stevige duw geven kan plagen zijn, maar het kan net zo goed gaan om echt pestgedrag. We spreken over plagen wanneer kinderen min of meer aan elkaar gewaagd zijn en het vertoonde gedrag een uitnodigend karakter heeft om iets terug te geven vanuit een onschuldige sfeer. Het gaat dan om een prikkelend spelletje, dat door geen van de betrokkenen als bedreigend of echt vervelend wordt ervaren. Er is sprake van een pedagogische waarde: door elkaar eens uit te dagen leren kinderen heel goed om met allerlei conflicten om te gaan. Dat is een vaardigheid die ze later in hun leven van pas komt bij conflicthantering, waar iedereen in zijn leven mee te maken krijgt.
Het specifieke van pesten is gelegen in het bedreigende en vooral systematische karakter op basis van ongelijkwaardige posities. We spreken van pestgedrag als het daarnaast ook nog regelmatig gebeurt, waardoor de veiligheid van de omgeving van een kind wordt aangetast. De inzet van het pestgedrag is altijd macht door intimidatie. Bij dit echte pestgedrag zien we ook altijd de onderstaande rolverdeling terug bij een aantal betrokkenen.

Uitgangspunten bij ons pestprotocol

  1. Als pesten en pestgedrag plaatsvindt, ervaren we dat een probleem op onze school zowel voor de leerkrachten als de ouders, de kinderen, de gepeste kinderen, de pesters en de 'zwijgende' groep kinderen
  2. De school heeft een inspanningsverplichting om pestgedrag te voorkomen en aan te pakken door het scheppen van een veilig pedagogisch klimaat waarbinnen pesten als ongewenst gedrag wordt ervaren en in het geheel niet wordt geaccepteerd.
  3. Leerkrachten moeten tijdig inzien en alert zijn op pestgedrag in algemene zin. Indien pestgedrag optreedt, moeten leerkrachten duidelijk stelling en actie ondernemen tegen dit gedrag. De verantwoordelijkheid blijft te allen tijde liggen bij de leerkrachten.
  4. Wanneer pesten, ondanks alle inspanningen weer optreedt, voert de school de uitgewerkte protocollaire procedure uit.
  5. Dit pestprotocol wordt door het hele team en de oudervertegenwoordiging onderschreven en ook alle ouders ter inzage aangeboden. Tevens behoeft dit protocol regelmatig aandacht, zodat nodige aanpassingen kunnen worden aangebracht.

Wat is de inhoud van het pestprotocol?
Het pestprotocol vormt de verklaring van de vertegenwoordigers van de school en de ouders waarin is vastgelegd dat men pestgedrag op school niet accepteert en volgens een vooraf bepaalde handelwijze gaat aanpakken. Basisschool De Goede Herder wil voor alle kinderen die de school bezoeken een veilige school zijn. Dit betekent dat de school expliciet stelling neemt tegen pestgedrag en concrete maatregelen voorstelt bij voorkomend pestgedrag.

Naar boven

 

Vertrouwenspersoon

Vertrouwenspersoon voor de kinderen.

Een van onze collega’s heeft naast haar werk op school ook de rol van vertrouwenspersoon voor kinderen. Kinderen die ergens zodanig mee zitten dat ze hierdoor gehinderd worden in hun spelen en leren op school (thuisproblemen, pestproblemen, relatieproblemen leerkracht, vriendje of vriendinnetje) kunnen naar de vertrouwenspersoon voor kinderen gaan. Dit is juffr. Yvonne Vereijken; zij luistert naar zo’n probleem en zoekt samen met het kind naar een oplossing. Het gaat hierbij altijd om sociaal-emotionele problemen en kleine trauma’s (echtscheidingen, sterfgevallen).
Juffr. Yvonne helpt uw kind dan op weg naar een oplossing door bijvoorbeeld een gesprekje met een ander kind, een gesprekje met de leerkracht of met de ib’er. Als het nodig is kan via de ib’er ook een externe relatie worden ingeschakeld zoals de schoolmaatschappelijk werker of andere hulpverlener.
De vertrouwenspersoon voor kinderen is er uitdrukkelijk niet voor ouders.

y.dehaas@bs-goedeherder.nl

Naar boven

 

Hi/Level Helmond

Passend onderwijs……ook voor hoogbegaafde leerlingen. Vanaf 1 januari 2011 zijn er in Helmond bovenschoolse voorzieningen voor hoogbegaafde leerlingen van groep 5 t/m 8: de Hi/Levelgroepen.

Woensdagochtend en de bedoeling:
Elke woensdagochtend ontmoeten ontwikkelingsgelijken  elkaar in de Hi/Levelgroep  en werken deze leerlingen aan uitdagende activiteiten en programma’s waaraan duidelijke doelen gekoppeld zijn zoals Spaans, filosofie, sociaal emotionele ontwikkeling en projectwerk. Het ‘leren leren’ staat centraal. Deze leerlingen zijn het vaak niet gewend om in een uitdagende omgeving tot leren te komen. Meestal hebben ze voldoende aan het horen van de instructie om zich iets eigen te maken. Er echt iets voor moeten doen is een ervaring die ze te weinig opdoen. Motivatieproblemen en onderpresteren kan dan het gevolg zijn. Ook hoogbegaafde leerlingen moeten uitgedaagd worden om tot prestaties en succeservaringen te komen. Een vreemde taal zoals bijv. Spaans is een voorbeeld van zo’n uitdaging. De leerlingen kunnen dit niet leren door het een keer te horen, daar komt wel wat meer bij kijken. Het leren ervaren en omgaan met het moment dat je een keer niet een antwoord op een vraag weet, het leren omgaan met ontwikkelingsgelijken en het leren van ‘planning en overzicht’ staan centraal in het aanbod van de Hi/Levelgroepen. Leerlingen voelen zich in de Hi/Level groepen gezien en erkend. Dat alleen al maakt dat het welbevinden van de leerlingen enorm groeit. De woensdagochtend wordt daardoor een prettig moment midden in de week, wat tevens een positieve invloed heeft op de beleving van het ‘reguliere’ aanbod in de rest van de week.
Hi/Level is niet een vervanging voor wat er in de klas gebeurt, het is een extra aanbod  bovenop het compact en verdiepende/verrijkende werk in de klas.

Voor wie:
Met school stelt u vast of uw kind in aanmerking komt voor de Hi/Levelgroep. Het IQ van uw kind, toetsresultaten, en de behoefte aan een uitgebreider onderwijsaanbod zijn hierbij bepalende factoren. Informatie hierover vindt u in de folder die op school verkrijgbaar is.

Waar: Het streven is om dit aanbod zo schoolnabij aan te kunnen bieden. Afhankelijk van het aantal kinderen wat een beroep doet op dit aanbod worden de lesplaatsen per periode bepaald. 

De toelatingsprocedure:
Als uw kind in aanmerking komt vult u met de school een aanmeldformulier in. Vervolgens wordt u door de coördinator Hi/Level uitgenodigd voor een intakegesprek waarin besproken wordt of uw kind geplaatst kan worden, waar en wanneer. Instroom is mogelijk aan het begin van het schooljaar of na de kerstvakantie.

HiLevel Helmond is een initiatief van de Stichting OHS i.s.m. het samenwerkingsverband WSNS Helmond-Mierlo, met  financiële ondersteuning van  de gemeente Helmond.

Naar boven